Willem van Oranje de musical is een enorme machine die soms vergeet waarom hij draait

Foto: Creative Flow

Er zijn van die avonden waarop je het theater binnenloopt en meteen voelt: dit is groot. Niet “oh wat leuk, gezellig uit”-groot, maar: er is een heel universum gebouwd en wij mogen er even in. Willem van Oranje is zo’n productie. Een speciaal theater in Delft, een draaiende tribune, reusachtige projecties, water op het toneel, massa’s mensen in kostuums – het heeft die ambitie van “dit moet je gezien hebben”.

En dat is ook meteen de kern van mijn ervaring: je ziet het. Je ziet geld, kunde, techniek, mankracht, ontwerpers met visie. Alleen… je vóélt het niet altijd. Of in elk geval: niet vaak genoeg voor een avond van drieënhalf uur.

Een spektakelmusical die heel veel kan en daardoor soms te weinig kiest

Het verhaal is, op papier, ideaal voor theater. Willem van Oranje (Willem de Zwijger) is niet alleen “de vader des vaderlands”, maar ook een man die aarzelend laveert tussen macht, geloof, politiek, veiligheid en, eerlijk is eerlijk, eigenbelang. Daar zit drama. Innerlijke strijd. De prijs van leiderschap.

Foto’s: Danny Kaan

Maar in de voorstelling zie je vooral: gebeurtenissen. Onderhandelingen, veldslagen, politieke verschuivingen, nieuwe locaties (met landkaarten die letterlijk aangeven waar we zijn), huwelijken en affaires, bondgenoten die sneuvelen, vijanden die opkomen. Je krijgt een soort snelcursus vaderlandse geschiedenis, maar dan in 4D.

Dat is knap gemaakt, maar het heeft een bijwerking: het wordt vaak uitleggerig. Mannen roepen naar elkaar wat er net buiten beeld is gebeurd en wat de volgende stap moet zijn. Je snapt het wel, maar je leeft niet automatisch mee. Het voelt soms alsof de makers bang zijn dat je verdwaalt en daarom steeds extra bordjes plaatsen. Alleen: bordjes zijn geen emotie.

De eerste helft duurt lang voordat hij je echt pakt

Meerdere recensenten zeggen hetzelfde en dat herken ik: de voorstelling komt traag op gang. En dat heeft ook te maken met Willem zelf: hij is in het begin vooral een twijfelaar, een afwachtende figuur. Historisch klopt dat misschien, maar in een musical wil je dat het hoofdpersonage je eerder aanhaakt. Nu ligt die echte omslag pas laat (rond de pauze), en daardoor voelt de eerste helft als een aanloop die maar blijft aanlopen.

Pas in de tweede helft ontstaat er meer drive, meer focus, meer “oké, nu staat er iets op het spel dat niet alleen politiek is, maar ook menselijk”.

De vrouwen maken Willem interessanter dan hij zichzelf maakt

Wat me opvalt is dat de vrouwenrollen vaak meer kleur, irritatie, pijn en scherpte hebben dan Willem. Anna van Saksen krijgt bijvoorbeeld momenten waarin ze hem confronteert: niet met “de geschiedenis”, maar met hoe hij haar behandelt. Dat zijn scènes waar je ineens wél spanning voelt, omdat er ter plekke iets wordt uitgezocht tussen mensen.

Ook in de liedjes ontstaat ruimte voor binnenwereld: frustraties, drijfveren, verlangen, teleurstelling. Een figuur als Eva Elinx wordt meer dan “de geliefde”, omdat zij Willem aanspoort om niet te blijven dralen. Dan krijgt die grote geschiedenis ineens een menselijk gezicht.

En toch blijft het gek: als de voorstelling eindigt, heb ik meer gevoel bij de mensen om Willem heen dan bij Willem zelf. Terwijl hij juist het anker had moeten zijn.

Acteren en zang: sterke spelers, maar niet altijd geholpen door het materiaal

Alex van Bergen speelt Willem van Oranje met controle en subtiliteit. Je gelooft hem als staatsman, als iemand die weegt en denkt. Dat is een kwaliteit. Alleen: subtiliteit heeft brandstof nodig. Als de tekst je weinig ruimte geeft om te schuren, te verrassen of tegenstrijdig te zijn, blijft subtiliteit soms… netjes.

En dan Lumey. Matteo van der Grijn is iemand die de avond kleur geeft en dat snap ik. Hij heeft energie, charisma, een ruwere rand. Als hij opkomt, voel je meteen meer theater: meer spanning, meer directheid. Een personage dat niet alleen reageert op geschiedenis, maar hem wil maken.

Muzikaal is het wisselend. Er zijn nummers die het verhaal dragen en scènes optillen, maar ook veel muziek die vooral “ondersteunt” zonder echt te blijven hangen. En in zo’n lange voorstelling ga je dat merken. Dan wil je af en toe een muzikaal moment dat de zaal even bij de lurven grijpt.

Vormgeving: dit is waar de show zijn sterren pakt

Als je voor pure theatertechniek komt, zit je hier goed. Het decor, de projecties, het licht, de kostuums: je krijgt een overload aan beelden die vaak echt indrukwekkend zijn.

Het werkt het best wanneer film en toneel elkaar niet proberen te overtroeven, maar samenwerken. Dan krijg je scènes met diepte en schaal die je in een “normaal” theater nauwelijks ziet. Het Leids Ontzet is zo’n moment: water op het toneel, projecties die de stortvloed versterken, chaos die visueel klopt. Dan denk je: oké, hiervoor is dit theater gebouwd.

Maar er zitten ook risico’s aan. Soms duren filmscènes te lang en dan ga je als kijker denken: kijk ik nu naar theater of naar een scherm? En omdat we allemaal gewend zijn aan filmische veldslagen (Game of Thrones, Lord of the Rings, noem maar op), kan het ook ineens minder indrukwekkend voelen dan het bedoeld is, hoe oneerlijk die vergelijking ook is.

En een paar keuzes (zoals bepaalde geweldsmomenten) kunnen onbedoeld lachreacties oproepen, omdat het nét niet realistisch is maar wél expliciet wil zijn. Dan valt de ernst even weg.

De vergelijking met Soldaat van Oranje hangt boven de zaal

Je voelt dat deze productie in dat rijtje wil staan: nationale geschiedenis, grootschalig spektakel, een publiek dat ronddraait langs decors. En eerlijk: qua techniek en aanpak is die vergelijking logisch.

Alleen: Soldaat heeft een voordeel dat je niet kunt kopen met projecties of water: een verhaal dat veel mensen al in de kern begrijpen en emotioneel meteen herkennen. De Tweede Wereldoorlog zit in familieverhalen, in school, in films, in herdenkingen. Willem van Oranje zit verder weg. En dan moet je als makers extra hard werken om je personages dichtbij te krijgen.

Dat is precies waar Willem van Oranje soms tekortschiet: hij wil én de geschiedenis vertellen, én spektakel leveren, én een boodschap over tolerantie en vrijheid meegeve, maar vergeet onderweg om Willem zelf écht spannend te maken als mens.

Dus… moet je gaan?

Hangt ervan af waar je voor komt.

Als je houdt van groot theater, van techniek, van “hoe krijgen ze dit voor elkaar?”: ja. Dit is een visueel event. Je krijgt scènes die je niet snel vergeet en je ervaart theater op schaal.

Als je komt voor een musical die je emotioneel meesleept, waarin je na afloop voelt dat je iemand hebt leren kennen: dan kan dit tegenvallen. Er zitten sterke momenten in, vooral later in de avond, maar de weg ernaartoe is lang en soms te uitleggerig.

De makers willen Willem neerzetten als verbinder, als symbool voor vrijheid van geweten en leven met verschillen. Dat is een nobel uitgangspunt, zeker nu. Alleen: een boodschap landt pas echt als je eerst geraakt wordt door het drama. En juist dat drama, de mens in de geschiedenis, komt hier niet altijd op de eerste plaats.

Wat overblijft is een avond die je ogen trakteert, je kennis bijspijkert, je af en toe een echt sterk toneelmoment geeft… en je tegelijkertijd ook momenten bezorgt waarop je denkt: oké, en nu?


Volgende
Volgende

Harrekidee! – ‘sukkelen als kunstvorm’