becoming god van Melyn Chow – een ritueel vol vragen

Foto’s: Lila Rodrigues

Op donderdagavond 15 januari zag ik becoming god van Melyn Chow bij Frascati in Amsterdam. Een performance waarin ritueel, herkomst, geloof, queer identiteit en fysieke overgave met elkaar verstrengeld raken. Een werk dat zich niet laat vangen in eenduidige betekenis, en daar zit precies de kracht en de uitdaging.

Vanaf binnenkomst word je als publiek verwelkomd in een ruimte die eerder aanvoelt als een huis dan een theaterzaal. Gestapelde fruitkratten, krukjes, thermoskannen met thee, mandarijnen in overvloed. Er wordt niet alleen gespeeld vóór je, maar óm je heen. Alsof je als buitenstaander even in een parallelle realiteit mag stappen. Een andere logica. Een andere tijd.

becoming god is geboren uit Melyns persoonlijke geschiedenis. Opgegroeid in een christelijke familie in Singapore, was ze van kinds af aan afgesneden van de taoïstische tempel van haar oom; een plek vol ritueel, vol geesten, vol verboden. In deze voorstelling keert ze terug. Letterlijk én figuurlijk. Wat volgt is geen reconstructie van het heilige, maar een zoektocht. Geen eindpunt, maar een ritueel van vragen stellen: wat is goddelijkheid? Wat betekent overgave? En wat gebeurt er als we niet weten wat we moeten doen?

De performers, Melyn Chow, Sjaid Foncé, Nazar Rakhmanov en Lưu Thoại Linh, zoeken samen, struikelen soms letterlijk, lachen, draaien rondjes, vallen stil. Er is thee, er is vuur, rook, water, klanken van noise en techno die schuren en omarmen. Er wordt niet uitgelegd, er wordt beleefd.

En toch: hoezeer ik ook bewonder dat dit werk bestaat, en hoe belangrijk ik het vind dat stemmen als die van Melyn Chow ruimte krijgen in de Nederlandse podiumkunsten, merkte ik dat het mij niet volledig wist te raken. Misschien omdat ik op zoek was naar meer richting of helderheid. Misschien omdat ik al te veel over de voorstelling had gelezen, en mijn hoofd op zoek ging naar iets wat zich niet laat vangen. Of misschien moest ik gewoon meer loslaten.

Wat wél bleef hangen, was de fysieke energie van de performers, de zorg waarmee ze handelden, de momenten waarop spiritualiteit, clubcultuur en familiegeschiedenis elkaar raakten. In de documentaire-installatie vooraf (te zien in de kelder van Frascati) kwam Melyns persoonlijke band met haar oom als spiritueel medium indrukwekkend naar voren. Die verdieping gaf het werk nog meer lading.

becoming god is geen voorstelling die zich kant-en-klaar laat consumeren. En dat moet misschien ook niet. Het is een uitnodiging om opnieuw te leren kijken, voelen, bewegen, zonder te begrijpen. Voor sommigen zal het een ervaring zijn die lang natrilt. Voor anderen misschien juist frustrerend. Voor mij zat het ergens in het midden. En dat is óók waardevol.


Vorige
Vorige

Als muren spreken: mijn tips voor Blind Walls Film Fest 2026

Volgende
Volgende

Foxtrot de musical is terug. En dat voelt verrassend urgent.