Barok, maar dan als blockbuster: The Opera Circus is puur theaterplezier

Wat als opera weer gewoon écht een avond uit mag zijn? Niet “moeilijk”, niet “voor kenners”, maar: grote pruiken, snelle decortrucs, overdaad, emotie, en een beetje gevaar in de lucht.

Dat is precies waar The Opera Circus (OPERA2DAY x de Nederlandse Bachvereniging) op inzet. En eerlijk: ik ging er vooraf al lekker goed op. Niet alleen vanwege Händel, maar vooral omdat deze makers iets terughalen wat we soms vergeten: opera was ooit óók een showmachine. Publiek kwam voor kippenvel én voor “hoe doen ze dat?!”.

Barok als blockbuster (maar dan live)

Het uitgangspunt is helder en bijna kinderlijk simpel: twee oorlogsgoden, Armato en Armata, zitten al eeuwen in een strijd die alles heeft kaalgevreten. Een apocalyptisch landschap, furiën, dreiging, wantrouwen. En precies op dat moment strandt er een kleurrijke circustroupe in hun wereld.

Dat contrast is de motor van de avond: donker barokdrama tegenover licht, spel en verbeelding. De voorstelling zegt daarmee eigenlijk: als je lang genoeg vecht, vergeet je waar je ooit om begon. En soms heb je mensen nodig die van buiten komen, die nog durven spelen, om de boel open te breken.

Het verhaal zelf is niet super ingewikkeld, en dat is ook niet waar de spanning vandaan komt. De echte trekker is: vorm. Beeld. Muziek. Tempo. En het plezier waarmee OPERA2DAY laat zien: kijk, dit kán dus ook nog.

De magie waar ik het meest van hield

Ik heb zó genoten van die “geschiedenisles” die stiekem gewoon entertainment is: hoe men vroeger theater maakte. De snelle wissels. Het effectwerk. De barokke stijltaal. De overdaad.

En ja: meer make-up, meer decor, grotere pruiken: geef het mij. Dit is precies de soort esthetiek die je niet half moet doen. The Opera Circus doet het voluit, met lef. En dat werkt, omdat het niet alleen knippert en glimt, maar ook echt een wereld neerzet.

Muziek: Händel is altijd een goed idee

De makers hebben een enorm palet aan Händel bij elkaar gesneden tot een nieuw libretto. Dat is een beetje een “greatest hits”-gevoel, maar dan slimmer: niet alleen de bekende stukken, ook verrassingen.

Wat je krijgt: aria’s die razen en aria’s die breken. Händel kan binnen één ademhaling van wraak naar rouw gaan, en juist in deze setting, met dat barok-circusframe, voel je hoe extreem die emoties eigenlijk zijn.

De Nederlandse Bachvereniging is hier een belangrijke ruggegraat: je hoort dat dit repertoire in de vingers zit. En die extra laag met slagwerk en effecten (donder, wind, sfeer) helpt de voorstelling ook om echt “spektakeltheater” te worden in plaats van alleen ‘mooi’ zingen.

Circus als tweede taal

Het circus is niet zomaar “erbij” om het hip te maken. Het is de moderne versie van de oude barok-theatertrucs: mensen die vliegen, vallen, draaien, net niet kapot gaan en dat je als publiek denkt: ik zit hier live naar iets te kijken wat eigenlijk niet kan.

Soms is het circus ook bewust grappig en ontwapenend, en dat kan botsen met de ernst van de muziek. Daar zullen sommige kijkers van denken: haalt dit de emotie onderuit? Ik snap die reactie. Tegelijk vond ik het ook logisch: het is juist dat spel, dat “niet zo zwaar doen”, dat die oorlogsgoden uiteindelijk beweegt.

Eindoordeel

The Opera Circus is geen opera die je verleidt met een super diep plot. Het is een voorstelling die je pakt met stijl, vakmanschap en een heel overtuigende liefde voor theater als truc, als ritueel, als overdaad.

En voor mij is dat precies waarom het werkt: omdat het je even terugzet in de tijd dat je na afloop niet alleen denkt “wat was de boodschap?”, maar vooral: “wat heb ik veel gezien en gevoeld in anderhalf uur.”

Als we die oude theatertechnieken vaker terugbrengen, met deze durf en deze glamour, dan teken ik meteen bij.

Volgende
Volgende

Willem van Oranje de musical is een enorme machine die soms vergeet waarom hij draait