ALETTA de musical, een geschiedenisles die zichzelf gelukkig niet te serieus neemt

Foto’s door Juliette de Groot

Aletta Jacobs is zo iemand van wie we allemaal denken dat we haar kennen. Eerste vrouwelijke student. Eerste vrouwelijke arts. Voorvechter van het vrouwenkiesrecht. We kennen de opsomming, maar zelden het leven daarachter. ALETTA de musical probeert dat gat te vullen en doet dat niet met een braaf portret, maar met een voorstelling die voortdurend schakelt tussen verleden en heden, tussen ernst en spot, tussen bewondering en kritische reflectie.

Dat Daria Bukvić hier haar eerste musical regisseert, is misschien wel het meest interessante uitgangspunt van de avond. Ze benadert het genre niet als een vaststaande vorm, maar als iets wat je kunt openbreken. In het decor zit een duidelijke knipoog naar het klassieke coulissentheater: schuivende panelen, zichtbare overgangen, een wereld die zich als het ware voor je ogen opbouwt. Het ademt liefde voor het musicalidioom. Tegelijkertijd weigert Bukvić om zich volledig over te geven aan nostalgie. Doorbrekingen van de vierde wand, ironische opmerkingen en expliciete verwijzingen naar het nu zorgen ervoor dat je als kijker nooit vergeet: dit is een reconstructie, geen reproductie.

Die spanning, tussen toen en nu, vormt de kern van de voorstelling. We volgen Aletta Jacobs van haar jeugd in Sappemeer tot haar internationale activisme. Haar brief aan Thorbecke, haar toelating tot de universiteit, haar praktijk, haar strijd voor anticonceptie en kiesrecht: het komt allemaal voorbij. En daar wringt het soms. Want Aletta Jacobs was zó veel, dat de musical noodgedwongen moet samenvatten. Grote momenten volgen elkaar in hoog tempo op. De voorstelling is daardoor eerder een reeks krachtige scènes dan een volledig uitgewerkte karakterstudie. Je voelt af en toe dat je als kijker nét iets langer had willen blijven hangen, bij de weerstand, de twijfel, het verlies.

Maar waar de dramaturgie soms haastig voelt, is de toon juist verrassend trefzeker. ALETTA kiest nadrukkelijk voor de vorm van een musical comedy, en dat blijkt een slimme zet. Humor wordt hier niet gebruikt om het onderwerp lichter te maken, maar om de absurditeit ervan bloot te leggen. Mannen die compleet ontregelen bij de aanwezigheid van een vrouw in een academische ruimte: het is komisch, maar ook onthullend. De lach blijft vaak net iets te lang hangen om comfortabel te zijn.

Desi van Doeveren speelt Aletta niet als icoon, maar als mens. Haar vertolking is gelaagd: scherp, geestig en zelfverzekerd, maar ook zoekend en soms breekbaar. Juist in die combinatie wordt Aletta interessant. Van Doeveren laat zien dat kracht en twijfel prima naast elkaar kunnen bestaan. Haar zang draagt de voorstelling moeiteloos, maar het zijn vooral de kleine momenten, een blik, een timing in een grap, die blijven hangen.

Ook de bijrollen zijn sterk bezet. Gaia Aikman brengt als Carrie Chapman Catt een meer radicale energie in het verhaal, een tegenstem die Aletta uitdaagt. Eva Van Der Gucht steelt meerdere keren de scène, vooral wanneer ze als Wilhelmina Drucker de voorstelling zelf bevraagt. Het ensemble beweegt soepel tussen rollen en stijlen, ondersteund door een veelzijdige muzikale score die schakelt van cabaret tot rock en van intieme ballads tot bijna carnavaleske nummers.

Een van de sterkste momenten van de voorstelling zit precies in die zelfreflectie. Tijdens een internationaal vrouwencongres wordt Aletta geconfronteerd met de beperkingen van haar eigen blik. Ze spreekt over “vrouwen”, maar blijkt vooral vrouwen uit haar eigen wereld te bedoelen. Wanneer ze zich verdedigt door te wijzen op de diversiteit om haar heen, volgt een droge, bijna genadeloze ontmanteling. Carrie Chapman Catt merkt op: “Ik speel gewoon een witte vrouw uit Ohio hoor.” Even later blijkt ook een andere ‘diverse’ aanwezigheid een historisch veilige keuze. Het is een scène die niet alleen het verleden fileert, maar ook hedendaagse reflexen blootlegt. Wie bedoelen we eigenlijk als we “iedereen” zeggen?

Hier laat Bukvić zien waar haar regie het meest overtuigt: in het toelaten van frictie. ALETTA wil niet alleen inspireren, maar ook bevragen. De voorstelling erkent Aletta Jacobs als pionier, maar plaatst haar niet buiten kritiek. Dat maakt het geheel rijker, maar ook complexer. Het vraagt iets van het publiek: niet alleen meeleven, maar ook meedenken.

Toch blijft er een spanningsveld bestaan tussen inhoud en vorm. De musical wil veel vertellen, misschien wel te veel. Door de snelheid waarmee we door Aletta’s leven bewegen, blijft de emotionele impact van sommige gebeurtenissen beperkt. Grote verliezen en doorbraken krijgen soms niet de ruimte die ze verdienen. Dat is geen gebrek aan kwaliteit, maar eerder een gevolg van ambitie. Deze voorstelling wil recht doen aan een leven dat zich eigenlijk niet laat samenvatten.

Wat blijft, is een energieke, slimme en inhoudelijk prikkelende voorstelling die het musicalgenre serieus neemt zonder het zwaar te maken. Bukvić toont zich een regisseur die het genre begrijpt én durft te bevragen. Ze maakt geen veilige eerste musical, maar een eigenzinnige.

ALETTA slaagt er daarmee in om iets lastigs te doen: het verleden tot leven wekken zonder het af te sluiten. De voorstelling laat je niet alleen kijken naar wat was, maar ook naar wat nog steeds speelt. En precies daardoor voelt het verhaal van Aletta Jacobs minder als geschiedenis, en meer als iets wat nog altijd gaande is.


Volgende
Volgende

Onvergetelijk: vrouwelijke kunstenaars die nooit voetnoot hadden moeten zijn