Een recensie van West End productie The Devil Wears Prada. That’s all.
Dominion Theatre, Londen – 26 februari 2026
Er zijn musicals die ontstaan uit noodzaak. En er zijn musicals die ontstaan uit herkenning. The Devil Wears Prada behoort duidelijk tot die tweede categorie. Het verhaal is al cultureel erfgoed: een jonge vrouw die haar weg zoekt in een wereld waar macht wordt gemeten in millimeters zoomlengte en nuance wordt ingeruild voor efficiëntie. De vraag is dus niet of dit verhaal goed is.. dat weten we al. De vraag is: wat voegt het theater toe?
Het antwoord is: schaal.
Foto’s door Matt Crockett
In de film was Miranda Priestly een fluisterende storm. Op het toneel, in het monumentale Dominion Theatre, moet die storm hoorbaar zijn tot op het balkon. Vanessa Williams begrijpt dat. Haar Miranda is minder ijzig subtiel dan die van Meryl Streep, maar wel fysiek aanwezig. Ze beweegt met de vanzelfsprekendheid van iemand die gewend is dat de ruimte zich naar haar voegt. Macht wordt hier niet gesuggereerd, maar gespeeld.
Toch zit de spanning van deze adaptatie niet in Miranda, maar in de vorm. Het verhaal kent al zijn hoogtepunten. De cerulean-monoloog is geen verrassing meer, maar een ritueel. Het publiek wacht erop, fluistert mee, herkent zichzelf in die collectieve herinnering. Musicaltheater leeft van herkenning, maar moet ook verrassen. En daar wringt het soms.
De muziek van Elton John functioneert als brandstof, niet als motor. Enkele nummers, vooral de energieke ensembles, geven het stuk vaart. “Dress Your Way Up” werkt omdat het theatrale transformatie koppelt aan ritme en beweging. Maar andere liederen illustreren vooral wat we al begrijpen. Het drama wordt niet altijd verdiept, maar herhaald in een andere vorm.
Interessanter is hoe de musical de machtsstructuur zichtbaar maakt. In de film zat veel in blikken en montage. Hier zie je hiërarchie ruimtelijk: Miranda altijd hoger, centraler, scherper belicht. Andy letterlijk in beweging tussen werelden, van klein appartement naar monumentale Parijse runway. Het decor vertelt het verhaal van ambitie nog voordat de tekst dat doet.
Taila Halford als Emily geeft het stuk zijn scherpte. Haar timing is trefzeker, haar ambitie bijna pijnlijk herkenbaar. Ze maakt van Emily geen karikatuur, maar een jonge vrouw die haar identiteit volledig heeft geïnvesteerd in erkenning. Achter de humor zit urgentie: als ik dit niet ben, wie dan wel?
En daar raakt de voorstelling aan iets wezenlijks. The Devil Wears Prada gaat niet over mode. Het gaat over waarde. Over hoe systemen bepalen wat belangrijk is en hoe individuen zich daaraan aanpassen. Andy’s morele worsteling is geen romantisch subplot, maar een existentiële vraag: hoeveel van jezelf mag je verkopen voordat je niet meer weet wat je waard was?
De kostuums, opvallend vaak veilig binnen het Chanel-achtige kader (de bekende tweed setjes), onderstrepen paradoxaal genoeg die thematiek. Mode als uniform. Individualiteit binnen strikte kaders. Zelfs in haute couture is conformiteit zichtbaar.
Is deze musical noodzakelijk? Misschien niet. Is hij effectief? Regelmatig wel. Is het een avond die de energie van de West End ademt? Zonder twijfel.
Het stuk breekt geen nieuwe grond open. Maar het toont scherp hoe een bekend verhaal verandert wanneer het van camera naar podium verhuist. Waar film intimiteit gebruikt, kiest theater voor zichtbaarheid. Waar film nuance suggereert, moet theater articuleren.
En in die verschuiving ontstaat iets eigens: een voorstelling die niet beter of slechter is dan het origineel, maar anders. Groter. Luidruchtiger. Minder subtiel, maar soms juist daardoor eerlijker.
Ik heb gelachen. Ik heb gekeken. Ik heb me laten meevoeren. En dat is precies wat theater moet doen.