Onvergetelijk: vrouwelijke kunstenaars die nooit voetnoot hadden moeten zijn

Louise Hollandine van de Palts, 'Zelfportret', ca. 1650-1655. Privécollectie

Rubens, Rembrandt, Van Dyck, Vermeer: hun namen kennen we allemaal. Ze hangen in musea, staan in schoolboeken en worden al eeuwenlang “oude meesters” genoemd. Maar wie waren hun vrouwelijke collega’s? Waren die er niet? Of hebben we gewoon nooit goed gekeken?

In Onvergetelijk laat het MSK in Gent zien dat vrouwen tussen 1600 en 1750 een veel grotere rol speelden in de kunstwereld van de Lage Landen dan vaak wordt verteld. De tentoonstelling brengt bijna 150 werken samen van meer dan 40 vrouwelijke kunstenaars uit Antwerpen, Amsterdam en alles daartussen. En dat is bijzonder, want dit is de eerste grote overzichtstentoonstelling die volledig draait om vrouwelijke kunstenaars uit deze periode en regio.

De tentoonstelling maakt meteen iets duidelijk: vrouwelijke kunstenaars waren geen zeldzame uitzonderingen. Ze waren actief, zichtbaar en vaak succesvol. Ze maakten schilderijen, prenten, sculpturen, textiel, kantwerk, glas, papierknipkunst en botanische tekeningen. Ze werkten in ateliers, kregen opdrachten, verdienden geld en hadden een plek in de kunstwereld van hun tijd.

Toch zijn veel van deze vrouwen later vergeten. Niet omdat hun werk minder goed was, maar omdat kunstgeschiedenis lang op een bepaalde manier is verteld. Grote historieschilderkunst kreeg vaak de meeste status. Stillevens, portretten, kantwerk, papierkunst of borduurwerk werden later sneller gezien als kleiner, huiselijker of minder belangrijk. Terwijl juist in die vormen veel vrouwelijke kunstenaars uitblonken.

Onvergetelijk laat zien hoe breed hun werk eigenlijk was. Je ziet zelfportretten van vrouwen die zichzelf vol vertrouwen als kunstenaar presenteren. Met palet, penseel of schildersezel zeggen ze bijna: kijk, ik ben hier. Ik ben geen uitzondering, ik ben een professional. Dat is misschien wel een van de sterkste onderdelen van de tentoonstelling: vrouwen die zichzelf zichtbaar maken in een wereld waarin ze later alsnog onzichtbaar zijn gemaakt.

Judith Leyster, 'Jonge vrouw die door een man wordt belaagd', 1631. Mauritshuis

Je ontdekt werk van onder anderen Judith Leyster, Clara Peeters, Rachel Ruysch, Michaelina Wautier, Anna Maria van Schurman, Johanna Koerten, Maria Sibylla Merian, Maria Faydherbe, Alida Withoos, Maria Schalcken, Geertruydt Roghman, Margareta de Heer, Johanna Vergouwen en Louise Hollandine van de Palts. Sommige namen klinken misschien bekend, andere zijn waarschijnlijk nieuw. Maar juist dat maakt deze tentoonstelling zo sterk: je loopt niet alleen langs kunstwerken, je loopt langs namen die opnieuw een plek krijgen.

Ook de verhalen achter de werken zijn interessant. Clara Peeters maakte stillevens die zo precies en slim zijn opgebouwd dat ze bijna een eigen handelsmerk werden. Maria Faydherbe signeerde haar sculpturen en eiste haar plek op in een wereld waarin vrouwelijke beeldhouwers niet vanzelfsprekend serieus werden genomen. Johanna Koerten maakte papierknipkunst voor vorsten en verzamelaars. Maria Sibylla Merian bracht kunst en wetenschap samen in haar tekeningen van planten, dieren en insecten.

De tentoonstelling stelt daarbij een belangrijke vraag: waarom kennen we deze vrouwen nu zo slecht, terwijl veel van hen in hun eigen tijd wél bekend waren? Daar is niet één simpel antwoord op. Soms werd werk verkocht onder de naam van een vader, broer of echtgenoot. Soms bleef werk minder goed bewaard, omdat het gemaakt was van kwetsbaar materiaal zoals papier, textiel of kant. Soms verdween kunst in privécollecties of museumdepots. En soms veranderde simpelweg de smaak: wat vroeger kostbaar en geliefd was, raakte later uit de mode.

Daarmee gaat Onvergetelijk niet alleen over vrouwen in de kunst. Het gaat ook over de vraag hoe kunstgeschiedenis wordt gemaakt. Wie krijgt een zaal in het museum? Wie komt in het boek terecht? Wie noemen we een meester? En wie wordt pas eeuwen later weer uit het depot gehaald?

Michaelina Wautier, 'Twee meisjes als de heiligen Agnes en Dorothea', ca. 1650. KMSKA

Het mooie is dat de tentoonstelling deze kunstenaars niet alleen als slachtoffers van de geschiedenis neerzet. Ze waren geen vrouwen die “ondanks alles” toch een beetje kunst konden maken. Ze waren makers, ondernemers, ambachtsvrouwen, schilders, tekenaars en denkers. Ze waren onderdeel van de kunstwereld. Punt.

Naast de historische tentoonstelling is er ook een hedendaagse interventie te zien. Kunstenaars Christiane Blattmann, Manon de Boer, Melissa Gordon, Aglaia Konrad, Valérie Mannaerts, Hana Miletić, Annaïk Lou Pitteloud, Heidi Voet en Asia Zielińska maakten samen het werk X. Daarin worden de namen van 179 vrouwelijke kunstenaars opnieuw zichtbaar gemaakt. Een krachtig gebaar, want juist namen zijn belangrijk. Zonder naam verdwijn je sneller uit de geschiedenis.

Onvergetelijk is dus een tentoonstelling die niet alleen terugkijkt, maar ook iets rechtzet. Niet als voetnoot bij de bekende mannelijke meesters, maar als hoofdstuk op zichzelf.

Onvergetelijk. Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600–1750 is te zien van 7 maart t/m 31 mei 2026 in het MSK Gent.


Vorige
Vorige

ALETTA de musical, een geschiedenisles die zichzelf gelukkig niet te serieus neemt

Volgende
Volgende

Hairspray krijgt een platinum randje met Richard Groenendijk als Edna