Dans, Man, Dans is een bouwplaats voor nieuwe vormen van mannelijkheid
Beelden: Sjoerd Derine / Het NUT
Ergens op een bouwterrein in Utrecht Leidsche Rijn heeft Het NUT een tijdelijke wereld gebouwd. Geen traditioneel theater met rode pluche stoelen, maar een plek waar publiek, makers en performers samen een avond doorbrengen. Aan lange tafels schuiven onbekenden naast elkaar aan voor een driegangendiner. Op het podium staat dragking Young Leo, die het gesprek opent over misschien wel een van de meest besproken maatschappelijke onderwerpen van dit moment: de man.
Wat is een man eigenlijk? Welke eigenschappen verbinden we aan mannelijkheid? Wanneer voelen we ons veilig bij mannen? Wanneer juist niet?
Het zijn geen nieuwe vragen. De afgelopen jaren verschenen tentoonstellingen, documentaires, podcasts en boeken die de positie van mannen in de samenleving onderzoeken. Ook binnen de culturele sector wordt steeds vaker gekeken naar de gevolgen van traditionele mannelijkheid. Zo had het Noordbrabants Museum een tentoonstelling over mannelijkheid, maakte Louis Theroux een documentaire over de manosphere en bespreken podcasts als DAMN, HONEY het onderwerp regelmatig. Toch voelt Dans, Man, Dans verrassend fris. Niet omdat het nieuwe antwoorden geeft, maar omdat het iets anders doet: het haalt het gesprek uit de theorie en plaatst het tussen echte mensen.
Waar veel discussies plaatsvinden binnen de veilige grenzen van onze eigen sociale kring, nodigt Het NUT bezoekers uit om met vreemden aan tafel te gaan. Tijdens het diner ontstaan gesprekken tussen generaties en achtergronden die elkaar normaal misschien nooit zouden ontmoeten. Ik zat zelf aan tafel met mensen die waarschijnlijk een generatie ouder waren dan ik. Binnen een paar minuten spraken we met elkaar over veiligheid, vaderschap, kwetsbaarheid en verwachtingen. Juist daarin schuilt de kracht van deze opzet. Het onderwerp wordt niet behandeld als een abstract maatschappelijk vraagstuk, maar als iets wat iedereen persoonlijk raakt.
Daarna verplaatst de avond zich naar de bouwplaats zelf.
Tussen zandbergen, bouwketen en machines ontvouwt zich een voorstelling die balanceert tussen theater, dans, performancekunst en persoonlijk getuigenis. Het decor is niet alleen een locatie, maar ook een metafoor. Net zoals hier nieuwe gebouwen verrijzen, wordt er geprobeerd een nieuwe vorm van mannelijkheid op te bouwen.
Het uitgangspunt is eenvoudig. Dragqueen Lola Tuthola Lollipop belandt op een bouwplaats en vraagt of ze gebruik mag maken van het toilet. Opzichter Henk ziet haar liever vertrekken. Wat begint als een ongemakkelijke ontmoeting groeit uit tot een confrontatie tussen verschillende ideeën over mannelijkheid, kwetsbaarheid en veiligheid.
Lars Brinkman speelt daarbij zowel zichzelf als zijn alter ego Lola. Die dubbelheid vormt het hart van de voorstelling. Lola is flamboyant, luidruchtig en zichtbaar. Lars is degene die vertelt over ervaringen met straatintimidatie, pesterijen en de angst die kan ontstaan wanneer je als queer persoon niet voldoet aan traditionele verwachtingen van mannelijkheid.
Voor veel queer bezoekers zullen die verhalen herkenbaar zijn. Niet letterlijk op een bouwplaats misschien, maar wel het gevoel om omsingeld te zijn door een groep mannen die je onveilig laten voelen.
Ik moest denken aan mijn eigen jeugd. Aan de momenten waarop ik na balletles met de bus naar huis ging en wist dat bepaalde jongens uit de buurt op me zaten te wachten. Aan het gevoel dat je moest rennen, jezelf verdedigen of simpelweg hopen dat je onzichtbaar bleef. Dat soort ervaringen verdwijnen niet zomaar. Ze nestelen zich ergens diep in je systeem.
Juist daarom voelt Dans, Man, Dans als een noodzakelijke voorstelling.
Niet omdat de voorstelling een oplossing biedt, maar omdat ze ruimte maakt voor ervaringen die vaak worden weggewuifd of gerelativeerd.
Tegelijkertijd weigert Het NUT om mannen neer te zetten als eendimensionale tegenstanders. Wat de voorstelling slim doet, is verschillende ervaringen niet tegen elkaar uitspelen. De angst die Lars beschrijft wanneer hij als queer persoon wordt geconfronteerd met intimidatie, is niet hetzelfde als de spanning die Greg of de bouwvakkers voelen wanneer zij moeten dansen. Dat zou ook een oneerlijke vergelijking zijn.
Interessanter is dat Dans, Man, Dans laat zien hoe beide ervaringen voortkomen uit hetzelfde systeem van verwachtingen rond mannelijkheid. Lars ervaart wat er gebeurt wanneer je buiten de norm valt. Greg en de bouwvakkers onderzoeken juist wat het kost om binnen die norm te blijven. Waarom voelt kwetsbaarheid voor veel mannen als een risico? Waarom is jezelf laten zien soms spannender dan jezelf verbergen?
Dans wordt daardoor meer dan een artistiek middel. Het wordt een oefening in het loslaten van controle. Een manier om zichtbaar te worden zonder direct te hoeven presteren. Juist op een bouwplaats, een plek die symbool staat voor fysieke arbeid, daadkracht en traditionele mannelijkheid, krijgt die keuze extra betekenis.
Het sterkste onderdeel van de voorstelling zit misschien wel in de momenten waarop Lars Brinkman en Greg Nottrot uit hun rollen stappen. Regelmatig onderbreken ze de fictie om te reflecteren op wat ze aan het doen zijn. Vooral Nottrot worstelt zichtbaar met zijn rol als Henk. Hij wil niet de karikatuur van de "foute man" worden. Die spanning maakt de voorstelling interessanter dan wanneer ze simpelweg zou kiezen voor een held-en-schurkverhaal.
Want de vraag die onder alles ligt is niet: wie heeft gelijk? De vraag is: hoe vinden we elkaar terug?
Die zoektocht krijgt vorm in een bijzondere mix van stijlen. Ernstige gesprekken worden afgewisseld met camp, drag, lipsyncs en humor. Lola verschijnt niet als slachtoffer, maar als iemand die weigert zich klein te laten maken. De voorstelling begrijpt dat queer overleven vaak gepaard gaat met humor, overdrijving en zelfspot. Niet als vlucht, maar als strategie.
Misschien komt de belangrijkste vraag van de avond pas helemaal aan het einde. Wanneer Greg aan Lars vraagt hoeveel procent van zijn persoonlijkheid bestaat uit slachtoffer zijn, valt er een stilte over de bouwplaats.
Het is een ongemakkelijke vraag. Niet omdat ze de ervaringen van Lars ontkent, maar omdat ze iets anders onderzoekt. Wat gebeurt er wanneer pijn onderdeel wordt van je identiteit?
Lars antwoordt eerlijk: "Meer dan ik zou willen."
Daarmee bereikt de voorstelling haar meest interessante laag. Niet langer gaat het alleen over wat mannelijkheid met mensen doet, maar ook over de vraag hoe we ons verhouden tot de verhalen die we over onszelf vertellen. Hoe blijf je trouw aan ervaringen van afwijzing, geweld of angst, zonder dat ze je volledige identiteit gaan bepalen?
Het antwoord geeft de voorstelling niet. Gelukkig maar. Sommige vragen zijn interessanter wanneer ze blijven schuren.
Wat uiteindelijk blijft hangen is niet één specifieke scène of een politiek statement. Het is het beeld van mannen die dansen. Niet professioneel. Niet perfect. Niet ironisch. Gewoon dansen. Mannen die hun lichaam niet gebruiken om sterk, efficiënt of dominant te zijn, maar om zichzelf te laten zien.
Op een bouwplaats in Utrecht ontstaat zo iets wat steeds zeldzamer lijkt te worden: een plek waar mensen met verschillende ervaringen niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar.
Dans, Man, Dans is daardoor meer dan een voorstelling over mannelijkheid. Het is een oefening in nieuwsgierigheid. Een uitnodiging om voorbij stereotypes te kijken. En misschien vooral een herinnering dat kwetsbaarheid geen tegenovergestelde is van kracht, maar er juist onderdeel van kan zijn.
Dans, Man, Dans van Het NUT is een bijzondere zomerervaring waarin diner, gesprek, dans en theater samenkomen. Op een Utrechtse bouwplaats onderzoekt de voorstelling wat mannelijkheid vandaag de dag kan betekenen. Zonder makkelijke antwoorden, maar met oprechte nieuwsgierigheid naar de mens achter het stereotype.