Downtown maakt van de aidscrisis geen geschiedenisles, maar een herinnering die nog altijd in lichamen zit

★★★★☆

Er zijn geschiedenissen die je niet zelf hebt meegemaakt, maar die toch onderdeel worden van je eigen verhaal. Ik kom uit 1990, dus de aidsepidemie van de jaren tachtig ken ik niet uit eigen ervaring. Maar ik kom wel uit Amsterdam. Mijn ouders ook. Mijn moeder ging in die jaren veel uit en had veel homoseksuele vrienden om zich heen en ging met hen stappen. Ik hoorde later haar verhalen: hoe ze vrienden waarschuwde dat ze moesten uitkijken, hoe mensen ziek werden en soms simpelweg niet meer terugkwamen in de club.

Het zijn verhalen die ik daardoor altijd ergens heb meegekregen. Maar dat geldt lang niet voor iedereen. En misschien is dat alleen al de belangrijkste verdienste van Downtown: eindelijk krijgt deze periode uit de Nederlandse queer geschiedenis een grote Nederlandse speelfilm.

Regisseur Michiel van Erp en scenarist Frank Houtappels nemen ons mee naar het Amsterdam van 1986. Ronnie (Daniel Cornelissen), Lennart (Sebastián Mrkvička) en Bas (Thor Braun) vinden elkaar in het nachtleven. Er wordt gedanst, gedronken, geneukt en verliefd geworden. Ronnie werkt als dj en uitsmijter, Lennart stort zich vol overgave op alles en iedereen en Bas komt als jonge kunstacadamiestudent in spé deze wereld binnen. Ze zijn vrienden, geliefden, soms iets daartussenin.

Al ligt er vanaf het begin nog iets anders onder die vriendschap: Ronnie is verliefd op Lennart.

Van Erp en Cornelissen maken daar gelukkig geen groot melodramatisch geheim van. Het sluimert. Ronnie kijkt. Zorgt. Wacht. Lennart ziet hem wel, maar blijkbaar nooit helemaal op de manier waarop Ronnie gezien wil worden. Dat is pijnlijk herkenbaar: de lieve jongen die altijd dichtbij genoeg mag komen om belangrijk te zijn, maar niet dichtbij genoeg om begeerd te worden. Als Lennart hem later vertelt dat hij de liefste persoon is die hij kent, zie je aan Ronnie bijna de wedervraag: waarom kies je dan nooit voor mij?

Ondertussen kiest Lennart zo ongeveer voor iedereen.

Het werkt dat Van Erp de seksuele vrijheid van deze wereld niet verontschuldigend filmt. Seks mag hier geil zijn. Lichamen zijn niet alleen middelen om iets over personages te vertellen, ze zijn onderdeel van de wereld waarin zij leven. Dat is belangrijk, omdat boven diezelfde lichamen langzaam een doodvonnis komt te hangen.

Aids komt namelijk niet met tromgeroffel de film binnen. Eerst is er een bericht in een tijdschrift. Een gerucht uit Amerika. Een opmerking in de sauna. Een vlek op een lichaam. Voorlichting in een club. Iemand die niet meer komt opdagen.

En ondertussen wordt de dansvloer langzaam leger.

Eerst was er vrijheid

Van Erp bouwt overtuigend een queer nachtwereld die put uit het Amsterdamse uitgaansleven van de jaren tachtig. Je denkt al snel aan clubs als de RoXY en de iT, al moet Downtown niet als een letterlijke reconstructie van één specifieke discotheek worden bekeken. De film trekt verschillende herinneringen en plekken samen tot een geconcentreerde queer wereld.

Production designer Vincent de Pater, kostuumontwerpers Mattijs van Bergen en John van Vlerken en cinematograaf Coen Stroeve maken van de jaren tachtig geen verkleedfeest. Natuurlijk zijn er leren broeken, snorren, rook, zweet en donkere hoeken, maar de film is veel meer geïnteresseerd in wat zo'n plek betekende: een ruimte waarin homoseksuele mannen niet voortdurend hoefden uit te leggen waarom ze bestonden.

Daarom is het zo effectief dat Van Erp eerst uitvoerig de levenslust laat zien voordat hij die wereld begint leeg te trekken.

Een van de pijnlijkste verhaallijnen is die van Reneé, een medewerker van Downtown, gespeeld door Jesse Mensah. De film benoemt haar identiteit nergens expliciet, maar binnen de club is ze voor iedereen Reneé en wordt ze als vrouw aangesproken. Eerst wordt ze ziek. Ze gaat naar huis. Daarna verdwijnt ze.

Ronnie gaat naar haar op zoek. Ze woont niet meer op het adres waar ze eerst woonde en lijkt totaal verdwenen. Pas wanneer hij later in het ziekenhuis is voor een gebroken arm van Bas, waar hij toevallig ook de eigenaar van Downtown aantreft die daar ligt vanwege HIV, hoort hij dat Reneé enkele dagen eerder is overleden. Hij is te laat. Ga naar het afscheid, krijgt hij te horen. Ze moet niet alleen gaan.

En dan komt Ronnie bij haar afscheid en haar kist.

De Reneé die wij uit de club kennen is verdwenen. In de kist ligt iemand in keurige mannenkleding, omringd door een conservatief ogende familie. Alsof de identiteit waarmee Reneé leefde bij haar dood alsnog van haar is afgenomen. Ronnie kan daar weinig tegen doen. Dus doet hij iets kleins. Hij verwisselt het cassettebandje en laat zijn eigen queer mix door de ruimte klinken.

Het is een prachtige scène omdat Van Erp nauwelijks hoeft uit te leggen wat hier gebeurt. Voor queer mensen kon de dood destijds ook betekenen dat de biologische familie het lichaam weer opeiste. Partners, vrienden en chosen family hadden niet vanzelfsprekend juridische zeggenschap en de identiteit waarin iemand leefde kon tijdens een begrafenis of crematie worden uitgewist. Reneé krijgt in haar kist niet het afscheid dat bij haar leven lijkt te passen. Ronnie kan haar niet terugbrengen, maar voor een paar minuten wel iets van haar wereld die ruimte binnen smokkelen.

Dat cassettebandje wordt daarmee bijna een laatste daad van verzet.

Het lichaam onthoudt

Daartegenover staat 2021. Ronnie, Bas en Lennart zijn inmiddels mannen van in de vijftig, gespeeld door Yorick van Wageningen, Roeland Fernhout en Hans Kesting. Tijdens de coronapandemie komen ze na tientallen jaren weer bij elkaar.

Op papier klinkt die parallel bijna te keurig: de ene pandemie gebruiken om over de andere te praten. Toch werkt hij, vooral omdat Downtown duidelijk maakt hoe verschillend beide crises werden ervaren. Corona legde binnen enkele maanden een hele samenleving stil. Toen aids vooral homoseksuele mannen trof, duurde het veel langer voordat de rest van de maatschappij dezelfde urgentie voelde.

De jonge Lennart leeft alsof zijn lichaam onverwoestbaar is. Hij is seksueel vrij, impulsief en weigert zijn leven door angst te laten bepalen. Uitgerekend hij is in 2021 degene die het voorzichtigst met corona omgaat. Lennart leeft met hiv. Het lichaam dat hij ooit als grenzeloos beschouwde, heeft hem geleerd dat besmettingsgevaar geen abstract begrip is.

Sebastián Mrkvička en Hans Kesting hoeven daarbij niet letterlijk op elkaar te lijken om hetzelfde personage te zijn. Kesting speelt niet simpelweg een oudere versie van Lennart, maar een man in wiens houding je kunt aflezen dat er ruim dertig jaar tussen beide acteurs zit. Zijn bravoure is er nog steeds, maar heeft iets hards en defensiefs gekregen. Onder vrijwel iedere grap en opmerking ligt verdriet.

Hetzelfde geldt, op andere manieren, voor Van Wageningen en Fernhout. De casting van de oudere mannen geeft het diner in 2021 een gewicht dat de jongere acteurs onmogelijk kunnen spelen: zij dragen niet alleen het scenario, maar een verleden.

Waarom heb je het niet gezegd?

Dat verleden krijgt pas echt gewicht in een van de laatste scènes van de film. De jonge Ronnie en Lennart staan samen in de keuken van Ronnie's nieuwe restaurant, op een moment dat hun levens al langzaam uit elkaar beginnen te bewegen. Lennart vraagt of Ronnie met hem meegaat. Ronnie slaat af, maar stelt voor elkaar de volgende dag te zien. Een doodgewoon uitstel, totdat hij een aidgerelateerde plek in Lennarts nek ontdekt en geschrokken vraagt waarom hij niets heeft gezegd.

Lennart wil niet zielig gevonden worden, zegt hij. Hij wil niet bij ‘die wanhopige groep’ horen. De jongen die eerder weigerde zijn vrijheid door de angst voor aids te laten bepalen, verzet zich nu tegen de identiteit van patiënt. Alsof het erkennen van zijn ziekte betekent dat hij definitief onderdeel wordt van de groep mensen die hij om zich heen steeds kleiner heeft zien worden. Wanneer Ronnie hem probeert vast te pakken, duwt Lennart hem weg. Ronnie laat zich niet zomaar afweren en uiteindelijk belanden ze worstelend op de keukenvloer, waar hij Lennart tegen diens verzet in probeert vast te houden.

In die scène komt voor mij veel van Downtown samen. De aidscrisis bestaat ineens niet meer uit statistieken, voorlichtingscampagnes, ziekenhuisbedden of een steeds legere dansvloer, maar uit twee lichamen op een keukenvloer: de één wil niet ziek zijn, de ander wil hem niet kwijtraken. Tegelijkertijd ligt onder die worsteling alles wat al die tijd onuitgesproken tussen hen is gebleven. Ronnie is verliefd op Lennart, maar zag jarenlang hoe die zich seksueel en romantisch op vrijwel iedereen stortte, behalve op hem. Hij mocht dichtbij komen, maar werd nooit degene voor wie Lennart koos. Juist wanneer Ronnie hem misschien eindelijk zou kunnen vragen om te blijven, is hun verhouding door iets veel groters ingehaald. Het maakt hun verhaal tragischer dan alleen een onbeantwoorde liefde: aids ontneemt hun uiteindelijk zelfs de mogelijkheid om erachter te komen wat er tussen hen had kunnen bestaan.

Wat buiten beeld blijft

Van Erp kiest ervoor om de lichamelijke verwoesting van aids grotendeels buiten beeld te houden. We krijgen geen lange scènes met uitgemergelde lichamen of sterfbedden te zien en de film probeert de kijker niet met zoveel mogelijk ellende murw te slaan. De pijn zit veel meer bij degenen die achterblijven. Dat werkt vaak juist goed: een lege plek op de dansvloer of een vriend die op een avond niet meer verschijnt, kan meer vertellen dan een expliciete sterfscène. Downtown gaat daardoor uiteindelijk misschien minder over doodgaan dan over wat het betekent om achter te blijven.

Toch wordt de queer wereld rondom Ronnie, Lennart en Bas soms smaller dan ik had gehoopt. Zo miste ik lesbische vrouwen, die tijdens de aidscrisis een belangrijke rol speelden in de zorg voor mensen met hiv en aids en binnen het activisme. Natuurlijk hoeft één film niet de volledige lhbtiqa+-geschiedenis af te vinken, maar juist omdat Downtown zoveel nadruk legt op community, chosen family en voor elkaar zorgen, had iets van die geschiedenis de wereld rondom de drie mannen rijker kunnen maken.

De verhaallijn van Reneé laat tegelijkertijd zien dat Van Erp wel degelijk verder kijkt dan alleen de ervaringen van cis homoseksuele mannen. Via haar raakt hij aan de positie van trans mensen en aan een andere pijnlijke vraag: wie bepaalt na je dood eigenlijk wie je bent geweest? Juist omdat die verhaallijn met relatief weinig scènes zoveel blootlegt, had ik van die bredere blik op de queer gemeenschap graag nog meer gezien.

Een generatie die doorleeft

Het bijna theatrale diner in 2021 blijkt uiteindelijk een slimme vorm om het onverwerkte verleden van de drie mannen naar boven te halen. Aan tafel komen oude irritaties, jaloezie, verwijten, liefde en schuld steeds dichter bij elkaar te liggen. Waarom kon iemand zomaar weggaan? En wat doe je met alles wat je al die jaren niet tegen elkaar hebt gezegd? Volgens Lennart moet het vooral geen wandeling door het verleden worden met het boetekleed aan of as op zijn hoofd. Hij refereert natuurlijk aan dat Bas ook HIV heeft en waarschijnlijk van hem gehad. Al is dat niet zeker. Ze leefden hun leven allebei vrij. Het gesprek dat Ronnie, Lennart en Bas meer dan dertig jaar uit de weg zijn gegaan, moet nu ineens wel worden gevoerd.

Maar vooral juist wanneer niemand benoemt wat we moeten voelen, komt de film het hardst aan. Het cassettebandje dat Ronnie verwisselt bij het afscheid van Reneé, de plek in Lennarts nek, de twee mannen die worstelend op de keukenvloer belanden of, ruim dertig jaar later, een enkele aanraking tussen hun oudere versies: in zulke momenten zit een geschiedenis waarvoor nauwelijks woorden nodig zijn.

Dat is waarom Downtown voor mij persoonlijk zo waardevol is. Ik kende flarden van deze geschiedenis al via mijn moeder en de verhalen over het Amsterdam waarin zij jong was. Maar herinneringen die vooral mondeling worden doorgegeven zijn kwetsbaar. Mensen worden ouder, details vervagen en verhalen verdwijnen. De generatie die nog weet hoe het voelde toen vrienden ziek werden en uiteindelijk niet meer in de club verschenen, zal er niet altijd zijn om daarover te vertellen.

Downtown is geen volledige geschiedschrijving van de aidscrisis en pretendeert dat gelukkig ook niet te zijn. Er blijven mensen en perspectieven buiten beeld en soms wordt het drama iets nadrukkelijker uitgelegd dan nodig is. Maar Van Erp doet wel iets wat de Nederlandse cinema veel eerder had mogen doen: deze geschiedenis onderdeel maken van ons collectieve geheugen. Daarbij bewaart hij niet alleen de herinnering aan ziekte en dood, maar ook aan alles wat daardoor verloren dreigde te gaan: de lust en de muziek, de lichamen en vriendschappen, de onbeantwoorde liefdes en chosen family, en de vrijheid om in een donkere club een versie van jezelf te ontdekken die daarbuiten lang niet overal mocht bestaan.

En vervolgens zien we die dansvloer langzaam leger worden. Dat beeld blijft.


Volgende
Volgende

Titanique de Musical. Historisch correct is er niets. Gelukkig maar.