Beeld: Set Vexy
Er wordt niet gezongen. Er klinkt geen orkest dat ons met veel bombarie welkom heet in de Kit Kat Club. Er staat alleen een danser op het toneel, met een doorschijnende rok en een ontbloot bovenlijf. Hij beweegt in stilte. Ik zit links op het podium, op een van de tribunes die voor deze productie zijn gebouwd, en vraag me af waar ik naar zit te kijken. Is dit het begin van Cabaret? Volgens mij heb ik nog nooit een musical zo stil zien beginnen.
Dan verschijnt de ceremoniemeester. Hij onderbreekt de danser, stuurt hem weg en neemt de ruimte over. In een paar seconden verandert de sfeer. De stilte die eerst nieuwsgierig maakte, wordt ongemakkelijk. Welkom in de Kit Kat Club.
Wie Cabaret kent, weet dat het plezier hier nooit onschuldig is. In het Berlijn van de vroege jaren dertig wordt gezongen, gedanst en gedronken terwijl het nationaalsocialisme steeds meer terrein wint. Het nachtleven biedt een vlucht uit de werkelijkheid, maar die werkelijkheid laat zich uiteindelijk niet buiten de deur houden.
Regisseur Daria Bukvić kiest niet voor een nostalgische reconstructie van een Berlijnse nachtclub. Ze haalt de musical uit zijn vertrouwde vorm en zet hem in een donkere, bijna kale ruimte, omringd door publiek. Dat klinkt misschien als een ingreep die vooral vernieuwend wil zijn. Ik ben zelf lang niet altijd enthousiast wanneer klassieke musicals koste wat kost opnieuw moeten worden uitgevonden. Maar hier werkt het.
De decadentie van de Kit Kat Club is niet verdwenen. Ze zit in de lichamen, de muziek, het licht en de manier waarop de spelers zich door de ruimte bewegen. De choreografie van Daan Wijnands voelt fris zonder de sfeer van Cabaret kwijt te raken. Het ensemble is bovendien uitzonderlijk sterk gecast. De spelers gebruiken niet alleen het centrale speelvlak, maar ook de trappen en tribunes. Daardoor lijkt de nachtclub soms werkelijk om je heen te bestaan.
Een ceremoniemeester zonder glimlach
Milan Sekeris speelt de Emcee voortreffelijk. Toch moest ik wennen aan de interpretatie van zijn personage. Waar de ceremoniemeester in veel uitvoeringen een soepele, uitdagende, vaak uitgesproken queer figuur is, verschijnt hier iemand die vanaf het eerste moment strak en autoritair is. Zijn lichaamstaal is beheerst, zijn aanwezigheid dwingend. Het ongemak is onmiddellijk voelbaar.
Daar zit voor mij ook een gemiste kans. Juist omdat de Emcee al zo vroeg een bijna fascistische uitstraling heeft, zie je hem minder veranderen naarmate de politieke dreiging groeit. Ik had graag meer souplesse gezien aan het begin, zodat de verharding later nog harder zou aankomen. Dat is geen kritiek op Sekeris' spel, maar op de gekozen ontwikkeling van het personage.
Tegelijkertijd is het moeilijk om je ogen van hem af te houden. Wanneer de uitbundigheid van de Kit Kat Club steeds grimmiger wordt, blijkt hoe goed zijn vertolking past binnen de wereld die Bukvić heeft geschapen.
Sally Bowles wil niet gered worden
Chantal Janzen speelt Sally Bowles anders dan ik haar gewend ben. Niet als een zelfverzekerde, uitgesproken sexy nachtclubster die de mannen om haar vinger windt, maar als een vrouw die bijna meisjesachtige onschuld inzet om precies hetzelfde te bereiken.
Met grote ogen, een ontwapenende glimlach en een houding die soms iets popachtigs heeft, wekt Sally de indruk dat ze gered moet worden. Maar die hulpeloosheid is óók een manier om controle te houden. Ze laat mannen geloven dat ze haar kunnen redden, terwijl ze zelf bepaalt hoe dichtbij ze mogen komen.
Totdat Clifford Bradshaw verschijnt.
Freek Bartels speelt de Amerikaanse schrijver die Sally een ander leven lijkt te kunnen bieden. Hij ziet in haar meer dan de ster van een nachtclub. Hij wil met haar verder, samen een toekomst opbouwen, juist wanneer een zwangerschap hun leven op zijn kop zet.
Maar wat moet Sally met een toekomst waarin ze niet langer Sally Bowles kan zijn? Haar hele bestaan draait om het podium, de aandacht en het beeld dat ze van zichzelf heeft gemaakt. Een werkelijk intieme relatie vraagt iets anders van haar: niet verleiden, maar jezelf laten zien. Misschien is dat voor Sally wel het angstaanjagendste wat er bestaat.
Janzen maakt die tegenstrijdigheid voelbaar. Haar Sally is charmant en manipulatief, kwetsbaar en zelfdestructief. De drank wordt steeds nadrukkelijker onderdeel van haar bestaan. Ze lijkt voortdurend op zoek naar een uitweg, zolang die maar niet betekent dat ze zichzelf moet veranderen.
Niet alles in deze verhaallijn overtuigt even sterk. Hoewel Bartels en Janzen afzonderlijk uitstekend spelen, blijft de chemie tussen Sally en Clifford wat stroef. Ik begrijp wat hun relatie voor het verhaal betekent, maar voel niet altijd waarom juist deze twee mensen zich zo tot elkaar aangetrokken voelen.
Ook ben ik niet helemaal overtuigd van Sally's kostuums. De bontjas past bij de theatrale vrouw die ze probeert te zijn, maar de witte en lichtblauwe overhemden en meisjesachtige outfits halen voor mij iets weg van haar identiteit als nachtclubster. De gekozen kwetsbaarheid in haar spel is interessant; die hoeft wat mij betreft niet zo nadrukkelijk in haar kleding te worden doorgetrokken.
En toch: wanneer Janzen na haar abortus Het leven is een cabaret zingt, valt alles op zijn plaats.
Het is een vertolking die van mij een staande ovatie had mogen krijgen. Niet omdat Sally hier een triomfantelijke comeback maakt, maar omdat ze zich met alles wat ze heeft vastklampt aan het leven dat ze kent. Ze zingt alsof ze zichzelf ervan moet overtuigen dat het nog steeds waar is. Dat het leven een cabaret is. Dat ze gewoon kan doorgaan.
Sally zingt niet omdat ze gelukkig is. Ze zingt omdat ze niet durft te stoppen.
Verliefd worden wanneer je dacht dat het niet meer zou gebeuren
Misschien ligt de grootste emotionele kracht van deze productie wel bij een ander liefdespaar. Sylvia Poorta en Hajo Bruins spelen Fräulein Schneider en Herr Schultz met een tederheid die me onmiddellijk raakte. Hun verliefdheid heeft iets kinderlijks. Alsof twee mensen die allang niet meer op de liefde rekenden, plotseling ontdekken dat ze nog altijd vlinders in hun buik kunnen krijgen.
Het is aandoenlijk, soms grappig en bovenal geloofwaardig. De chemie tussen Poorta en Bruins is voelbaar in de kleinste gebaren. Maar Schneider is geen vrouw die zich zomaar aan haar gevoelens kan overgeven. Ze heeft de Eerste Wereldoorlog en de economische crisis meegemaakt. Ze heeft een bestaan opgebouwd met het verhuren van kamers. Dat inkomen, die zelfstandigheid, dat kleine beetje zekerheid: het is alles wat ze heeft.
En dan wordt ze verliefd op een Joodse man.
Wanneer de politieke situatie verslechtert, wordt hun voorgenomen huwelijk een gevaar. Schneider moet kiezen tussen de liefde die ze eindelijk heeft gevonden en de bestaanszekerheid waarvoor ze haar hele leven heeft gevochten. Je begrijpt haar angst. Je begrijpt waarom ze niet alles durft te riskeren. En tegelijkertijd wil je dat ze het toch doet. Dat ze voor Schultz kiest, dat ze zich niet laat intimideren, dat ze samen gelukkig worden.
Juist die dubbele reactie maakt hun verhaal zo pijnlijk. Het opkomende fascisme wordt hier niet alleen zichtbaar in uniformen, dreigementen en geweld. Het dringt door tot in de kleinste beslissingen die mensen over hun eigen leven nemen. Zelfs verliefd worden is niet langer vanzelfsprekend.
Poorta en Bruins maken dat verlies tastbaar. Misschien nog wel meer dan de romance tussen Sally en Clifford.
Het verleden staat niet veilig achter glas
Bukvić laat er geen twijfel over bestaan dat haar Cabaret ook over het heden gaat. Toch doet ze dat subtieler dan je misschien zou verwachten. Donald Trump verschijnt heel even in beeld in de vorm van de EMCEE met een rode stropdas en de intonatie zoals we die van Trump kenne. Een paar seconden, meer niet. De donkere uniformen van het ensemble roepen associaties op met de Amerikaanse immigratiedienst ICE. Het zijn verwijzingen die je kunt herkennen, maar die niet zo nadrukkelijk worden ingezet dat ze de voorstelling overnemen.
En dat is verstandig.
Niet iedere bezoeker zal alle politieke symboliek oppikken. Er zullen ook mensen zijn die vooral een avond naar Chantal Janzen komen kijken, of naar een beroemde musical met bekende liedjes. Juist voor hen kan zo'n kort moment genoeg zijn om te beseffen dat dit verhaal niet veilig opgeborgen ligt in de geschiedenisboeken. Dat we opnieuw leven in een tijd waarin autoritaire denkbeelden terrein winnen, hoeft de voorstelling niet voortdurend uit te leggen. Ze laat vooral zien wat er gebeurt wanneer mensen steeds minder ruimte krijgen om hun eigen leven te leiden.
De muziek helpt daarbij. Nummers als Maybe This Time, Money en Two Ladies behouden hun herkenbare aantrekkingskracht, ook in de Nederlandse vertaling. Er wordt volop gezongen en gedanst. Het is nog steeds entertainment, en vaak uitstekend entertainment bovendien. Maar langzaam verandert de betekenis ervan.
Dat de eerste akte behoorlijk lang duurt, ongeveer anderhalf uur, vond ik nauwelijks een bezwaar. De voorstelling neemt de tijd om haar personages en hun onderlinge verhoudingen neer te zetten. Ik had nergens het gevoel dat het allemaal wat sneller mocht.
Dichtbij is niet altijd beter
Over de bijzondere publieksopstelling ben ik minder enthousiast. Ik zat op de linkertribune op het podium. Dat klinkt als een buitenkansje: je bevindt je midden in de wereld van de voorstelling, soms op slechts enkele meters van de spelers. En inderdaad, er wordt ook tussen het tribunepubliek gespeeld. Acteurs verschijnen op de trappen en de choreografie beweegt zich rondom de speelvloer.
Maar uiteindelijk blijft de regie toch vooral gericht op de mensen in de gewone zaal. Bij sommige iconische nummers en belangrijke scènes kijk je daardoor tegen achterhoofden aan, terwijl je juist de gezichtsuitdrukkingen wilt zien. De nabijheid van de spelers maakt dat niet altijd goed. Omdat deze podiumplaatsen als een bijzondere ervaring worden aangeboden en bovendien prijzig zijn, vind ik dat jammer. Mijn advies aan bezoekers zou dan ook zijn om voor een goede plek in de reguliere zaal te kiezen. Je zit misschien verder van de acteurs af, maar krijgt vermoedelijk meer mee van de volledige voorstelling.
Tot het licht uitgaat
Aan het einde is Clifford vertrokken. Hij heeft Berlijn achter zich gelaten en is terug naar Parijs gegaan. De anderen zijn gebleven. Sally. De mensen van de Kit Kat Club. Schneider en Schultz. Dan klinkt er een knal. Het licht gaat uit. De suggestie dat de achtergebleven personages door de nazi's worden doodgeschoten, of in ieder geval de oorlog niet overleven, is even eenvoudig als meedogenloos. De voorstelling hoeft niets meer te laten zien. We weten genoeg.
En ineens denk ik terug aan die danser aan het begin. Aan hoe hij in stilte het toneel betrad, totdat de ceremoniemeester hem het zwijgen oplegde. Daartussen hebben we mensen zien zingen, dansen, drinken, verliefd worden en dromen van een ander leven. Sally bleef zich vastklampen aan haar plek in de schijnwerpers. Schneider probeerde te behouden wat ze met zoveel moeite had opgebouwd. Iedereen zocht een manier om door te gaan.
Misschien is dat wel het verdrietigste aan Cabaret: dat het leven niet onmiddellijk ophoudt wanneer de wereld gevaarlijk wordt. Mensen blijven boodschappen doen, kamers verhuren, verliefd worden. Ze blijven zingen, zelfs wanneer ze nauwelijks nog in hun eigen liedjes geloven. Tot er een moment komt waarop doorgaan niet meer kan.
Deze Cabaret is een indrukwekkende, muzikaal sterke en uitstekend gespeelde productie die de klassieker een nieuwe vorm geeft zonder zijn ziel te verliezen. Niet iedere artistieke keuze overtuigt me volledig, maar de voorstelling laat me achter met iets wat zwaarder weegt dan bewondering voor een goede musical. Een gevoel dat moeilijk van je af te schudden is.
De voorstelling begint met een stilte die nieuwsgierig maakt. Ze eindigt met een stilte die je niet meer loslaat.