Zeven lichamen, duizend trucs en geen moment verveling in ‘A Fine Mess’

★★★★

Beeld: Michel Schnater

Ergens langs een verlaten Amerikaanse snelweg staat een tankstation. De kassa rinkelt, de schappen liggen vol met sigaretten en levensmiddelen en een verliefde pompbediende probeert de moed te verzamelen om zijn vriendin ten huwelijk te vragen. Zij heeft ondertussen heel andere zorgen. Samen met haar broer probeert ze de medische rekeningen van hun zieke moeder te betalen. Het geld raakt op, de schulden stapelen zich op en de wanhoop groeit. Een overval lijkt de enige uitweg. Wat volgt is een volstrekt ontspoorde aaneenschakeling van schietpartijen, achtervolgingen, dans en acrobatiek.

Wie eerder Knock-Out zag, de vorige samenwerking tussen regisseur Jakop Ahlbom en choreograaf Marco Gerris, weet ongeveer wat hem te wachten staat. Of denkt dat in ieder geval. Ook in A Fine Mess verdwijnen spelers door ramen, vliegen lichamen over meubels en duiken personages op uit hoeken waarvan je niet wist dat er überhaupt een ingang zat. Achter de schermen wordt gerend, gesprongen, omgekleed en vermoedelijk minstens zo hard gewerkt als ervoor. Toch ziet alles er bijna achteloos uit. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is om iemand door een raam te schoppen en hem een paar seconden later aan de andere kant van het toneel weer te zien verschijnen. Dat is de grootste prestatie van deze makers: het ongelooflijk ingewikkelde er volkomen vanzelfsprekend uit laten zien.

Een lichaam dat de werkelijkheid tart

Er is een scène waarin de tijd langzaam tot stilstand komt. Spelers bewegen steeds trager, hun lichamen bevriezen in schijnbaar onmogelijke houdingen en voorwerpen blijven midden in de lucht hangen. Een dienblad, een koffiemok, de chaos van een moment dat nooit lijkt te eindigen. Eén personage blijft bewegen, alsof hij zich aan de wetten van de tijd heeft weten te onttrekken.

Je denkt te begrijpen hoe de illusie werkt. Totdat die speler een van de zwevende voorwerpen uit de lucht pakt. En je opnieuw geen idee hebt waar je naar kijkt.

Het is een schitterend voorbeeld van wat theater kan doen zonder de hulpmiddelen van een filmcamera. Geen montage, geen digitale slowmotion, maar lichamen die zo nauwkeurig samenwerken dat ze de werkelijkheid lijken te manipuleren. De techniek is zichtbaar en onzichtbaar tegelijk. Je weet dat je wordt bedrogen, maar laat je met alle plezier bedriegen.

Mime is geen denkbeeldige muur

Wie bij mime nog altijd denkt aan een witgeschminkte artiest die tegen een onzichtbare muur duwt, heeft een behoorlijk beperkt beeld van deze theaterdiscipline. Die klassieke pantomime is slechts één verschijningsvorm van een veel rijkere traditie.

In de twintigste eeuw ontwikkelde de Franse theatermaker Étienne Decroux de mime corporel, waarin niet het nabootsen van voorwerpen, maar het expressieve lichaam zelf centraal kwam te staan. Zijn leerlingen brachten deze ideeën naar Nederland, waar vanaf de jaren zestig een eigenzinnige moderne mimetraditie ontstond. Het lichaam werd niet langer alleen een middel om een verhaal uit te beelden, maar ook een instrument om de werkelijkheid te onderzoeken, te vervormen en opnieuw uit te vinden.

Jakop Ahlbom, geboren in Zweden en opgeleid aan de Amsterdamse mimeopleiding, bouwt op die traditie voort. In voorstellingen als Lebensraum en Horror verbond hij fysiek spel met slapstick, illusionisme en de beeldtaal van de cinema. In Knock-Out (2021) kwam daar de explosieve bewegingswereld van Marco Gerris en ISH Dance Collective bij.

In A Fine Mess ontmoeten die werelden elkaar opnieuw. De choreografie van Gerris is een mengeling van breaking, locking, acrobatiek en gevechtskunst. Een klap wordt een dansbeweging, een val verandert in een salto en een schietpartij krijgt het ritme van een muzikale compositie. De dansers beheersen bovendien niet alleen hun lichamen, maar ook hun gezichten. Een opgetrokken wenkbrauw, een overdreven grimas of een blik van doodsangst kan precies het verschil maken tussen een indrukwekkende stunt en een geslaagde grap.

Vooral Patrick Karijowidjojo, Tyrone Menig en Arnold Put krijgen de ruimte om hun danskwaliteiten te tonen. Hun mechanische bewegingen, waarin popping en locking elkaar afwisselen, zijn een feest om naar te kijken. Menig ontving eerder deze maand niet voor niets de Zwaan voor de meest indrukwekkende dansprestatie. De jury roemde naast zijn dansvirtuositeit ook zijn komische talent en zijn vermogen om hiphop, martial arts en fysiek acteren samen te brengen.

Een liveversie van Mortal Kombat

Minstens zo belangrijk als de choreografie is het geluid. Achter in de zaal zit een technicus die de vechtpartijen live voorziet van geluidseffecten. Iedere zwaai krijgt een zwiep, iedere trap een dreun en iedere rake klap een overdreven impact. Het resultaat is een soort liveversie van Mortal Kombat, waarin de spelers niet alleen met elkaar, maar ook met de geluidstechnicus een ingewikkelde choreografie uitvoeren.

De timing is fenomenaal. Wanneer een speler tegen de grond smakt, hoor je het publiek soms bijna gelijktijdig kreunen. Even later klinkt er weer gelach. Het geweld is zo overdreven en zo nauwkeurig geënsceneerd dat het komisch wordt. Dat is een eeuwenoud slapstickprincipe, hier uitgevoerd met de snelheid en fysieke intensiteit van een moderne actiefilm.

Ook Lisa Groothof verdient een vermelding. Als intimiderende sheriff en als verzekeringsvrouw die bijna zichtbaar geniet van het bezorgen van nieuwe rekeningen, laat ze zien hoe belangrijk mimiek is voor deze voorstelling. Vooral als die laatste weet ze je werkelijk tegen zich in het harnas te jagen.

Onder al dat spektakel schuilt bovendien een verhaal over financiële wanhoop en machtsmisbruik. De medische rekeningen stapelen zich op, schuldeisers blijven aankloppen en de autoriteiten blijken niet altijd aan de kant van degenen die bescherming nodig hebben. De melancholische countryballads van Leonard Lucieer, die als zingende cowboy door de gebeurtenissen beweegt, geven die wereld een passende sfeer. Zijn muziek helpt de grotendeels woordeloze vertelling vooruit en brengt af en toe wat rust tussen alle explosies.

Toch wordt A Fine Mess nergens een werkelijk aangrijpend drama. De personages blijven vooral herkenbare archetypen uit Amerikaanse actiefilms. Je begrijpt hun wanhoop, maar leeft niet zo intens met hen mee dat hun lot je werkelijk raakt. De maatschappelijke kritiek is aanwezig, alleen krijgt het spektakel uiteindelijk de overhand.

Niet iedere pirouette hoeft het verhaal verder te brengen

Ook dramaturgisch valt er iets aan te merken. De voorstelling speelt voortdurend met mogelijke toekomsten. Gebeurtenissen lopen volledig uit de hand, waarna de tijd wordt teruggedraaid naar een beslissend moment. Een personage krijgt de kans een andere keuze te maken, met andere gevolgen. Die constructie is inventief, maar maakt de vertelling soms ook wat rommelig.

Daarnaast zijn er danssequenties die weinig aan de ontwikkeling van het verhaal toevoegen. Je zou kunnen zeggen dat ze de spanningsboog onderbreken. Maar is dat noodzakelijkerwijs een probleem? Niemand verwijt Het Nationale Ballet dat er opnieuw een pirouette wordt gedraaid. De vraag is wat een beweging op het podium teweegbrengt. Soms mag dans ook gewoon bestaan om de schoonheid en virtuositeit van de uitvoering.

Voor wie Knock-Out heeft gezien, zijn sommige technieken inmiddels vertrouwd. De verdwijntrucs, de vechtchoreografieën en de filmische vertragingen behoren duidelijk tot de gezamenlijke theatertaal van Ahlbom en Gerris. Daardoor is de verrassing misschien iets minder groot. Maar herkenbaarheid is niet hetzelfde als herhaling. Het tankstation van A Fine Mess biedt nieuwe mogelijkheden voor illusies en de makers weten hun bestaande technieken opnieuw inventief in te zetten.

Misschien heb je jouw theater nog niet gevonden

Wat tijdens de voorstelling opvalt, is niet alleen wat er op het podium gebeurt, maar ook wie er in de zaal zit. Bij de eerste voorstelling van de reprise in DeLaMar zie ik opvallend veel gezinnen met tieners, een divers publiek en meer mannen dan ik doorgaans bij theatervoorstellingen tegenkom. Er wordt gelachen, naar adem gehapt en soms hoorbaar meegeleefd met de klappen die de spelers incasseren. Aan het einde volgt een staande ovatie.

Dat vind ik minstens zo interessant als de technische prestaties op het podium. Want hoeveel mensen denken niet dat theater niets voor hen is, terwijl ze eigenlijk alleen nog niet de juiste voorstelling hebben gevonden?

Misschien houd je niet van lange dialogen. Misschien verlies je bij een klassieke toneeltekst na twintig minuten je concentratie. Misschien ga je liever naar de bioscoop voor een actiefilm. Dat betekent niet dat theater niets voor jou is. Het betekent hooguit dat je jouw smaak nog moet ontdekken.

A Fine Mess bewijst dat theater ook een plek kan zijn waar je op het puntje van je stoel zit, hardop lacht en je voortdurend afvraagt hoe iets in hemelsnaam mogelijk is. Het vakmanschap, de inventiviteit en het plezier waarmee deze zeven performers hun lichamen tot het uiterste drijven, maken de voorstelling tot een indrukwekkende theaterervaring.

En dat wel de mooiste verdienste van Ahlbom en Gerris: ze laten je niet alleen anders kijken naar wat theater kan zijn. Ze laten je ook opnieuw ontdekken hoe heerlijk het is om je te verwonderen.

★★★★ | A Fine Mess — Gezien op 23 oktober 2026 in DeLaMar, Amsterdam. Regie Jakop Ahlbom, choreografie Marco Gerris. Een productie van Jakop Ahlbom Company, ISH Dance Collective en DeLaMar.Deze recensie is inhoudelijk onafhankelijk geschreven en maakt deel uit van een betaalde samenwerking met Jakop Ahlbom Company.



Volgende
Volgende

De mooiste kunst in Cats de musical is geen schilderij