Als vader vechten is: sommige vaders verdwijnen voordat ze sterven

Beeld: Sjoerd Derine

Wat moet je toch zonder je vader? Die gedachte schoot door mijn hoofd na het zien van Als vader vechten is van Het Nieuw Utrechts Toneel. Deze week komt mijn vader me weer helpen in huis. Zoals hij dat wel vaker doet. Een klusje hier, iets repareren daar. Het zijn van die vanzelfsprekendheden waar je nauwelijks bij stilstaat. Tot je een voorstelling ziet over iemand voor wie de aanwezigheid van een vader helemaal niet zo vanzelfsprekend is.

In Als vader vechten is volgen we Telemachus, een jongen die opgroeit met een vader die aan de ziekte van Parkinson lijdt. Zijn vader belandt al op jonge leeftijd in een verzorgingstehuis en overlijdt uiteindelijk veel te vroeg. Maar hoe rouw je om iemand die er nog is? En wat betekent het om een vader te hebben die je nauwelijks hebt kunnen leren kennen?

Schrijver Hendrik de Pecker baseerde het stuk op zijn eigen leven. Hij zit tijdens de voorstelling aan de zijkant van het podium en leest de regieaanwijzingen voor. Joep Hendrikx speelt Telemachus en Ellen Goemans zijn moeder. Samen nemen ze ons mee door een leven dat zich niet in afzonderlijke scènes laat opdelen, maar in één lange stroom van gesprekken aan ons voorbijtrekt.

Een leven zonder scènewisselingen

In het begin is dat even wennen. Waar kijken we precies naar? Wanneer speelt dit zich af? De ene zin kan zich afspelen wanneer Telemachus nog een klein jongetje is, terwijl we ons een paar zinnen later alweer jaren verder bevinden. Er zijn geen duidelijke scènewisselingen en nauwelijks decorstukken die ons vertellen waar we zijn.

Maar zodra je de vorm begrijpt, blijkt die bijzonder goed te werken.

Want zo werkt het leven natuurlijk ook. We herinneren ons geen keurig afgebakende scènes, compleet met een begin en een einde. Herinneringen lopen door elkaar. Sommige momenten blijven jarenlang hangen, terwijl andere periodes voorbij lijken te vliegen.

De tekst van De Pecker kent een prachtige eb en vloed. Er zijn de dagen waarop de ziekte van zijn vader alles overheerst. De bezoeken aan het verzorgingstehuis, de ongemakkelijke momenten waarop Telemachus zich als tiener schaamt wanneer hij zijn vader in een rolstoel moet voortduwen. Maar er zijn ook dagen waarop hij gewoon jong is. Waarop het leven doorgaat en hij niet voortdurend bezig is met zijn zieke vader.

En dan zijn er de momenten waarop de werkelijkheid zich niet langer laat negeren.

Wat een moeder niet zegt

Ellen Goemans en Joep Hendrikx spelen allebei bijzonder sterk. Hendrikx laat Telemachus opgroeien van een nieuwsgierig jongetje tot een volwassen man die uiteindelijk zelf vader wordt. Hij schakelt moeiteloos tussen kinderlijke nieuwsgierigheid, puberale frustratie en de onzekerheid van een volwassen man.

Maar minstens zo indrukwekkend is Goemans, die een moeder speelt die niet alleen haar man langzaam verliest, maar ondertussen ook haar zoon door het leven moet begeleiden.

Haar verdriet zit vaak in wat ze níét zegt.

Wanneer Telemachus als tiener steeds meer vragen begint te stellen over zijn vader, probeert ze die aanvankelijk te ontwijken. Maar hij blijft doorvragen. Totdat ze uiteindelijk uitroept dat ze zijn vragen niet kan beantwoorden, omdat ze anders breekt. Wil hij dat soms?

Het is een van die momenten waarop je beseft hoe ingewikkeld ouderschap kan zijn. Als ouder wil je je kind beschermen, maar wie beschermt jou wanneer je zelf nauwelijks overeind blijft?

Zijn moeder begrijpt bovendien iets wat Telemachus nog niet kan overzien. Dat die bezoeken aan zijn vader, hoe vervelend of ongemakkelijk ze soms ook zijn, later misschien wel de herinneringen worden die hij het meest koestert. Zij weet dat hun tijd samen eindig is. Hij is nog te jong om dat werkelijk te begrijpen.

Wie zorgt er voor de man?

Ergens richting het einde van de voorstelling houdt Telemachus een monoloog die bij mij misschien wel het hardst binnenkwam. De strekking: laten we eerlijk zijn, het gaat niet goed met de man.

En wie kijkt er eigenlijk naar hem om?

We leven in een tijd waarin veel wordt gesproken over problematisch mannengedrag. Terecht. Geweld tegen vrouwen, grensoverschrijdend gedrag en de invloed van bepaalde ideeën over mannelijkheid verdienen onze aandacht. Maar ondertussen zijn er ook mannen die zelf worstelen.

De oudere man die na het overlijden van zijn vrouw alleen achterblijft. De man in een verzorgingstehuis die steeds minder bezoek krijgt. De jonge man die niet weet wat er van hem verwacht wordt. Of de vader die zijn gevoelens nooit goed heeft leren uiten en daardoor steeds verder van zijn omgeving verwijderd raakt.

Niet iedere man is een probleem. Soms hééft een man een probleem.

Dat maakt deze monoloog zo treffend. Niet omdat de voorstelling mannen probeert vrij te pleiten van hun verantwoordelijkheden, maar omdat ze ons uitnodigt om ook naar hun kwetsbaarheid te kijken. Om ons af te vragen wie er eigenlijk voor hen zorgt.

Het past binnen het grotere onderzoek naar mannen dat Het NUT met voorstellingen als Dans, man, dans is begonnen. Het gezelschap lijkt niet geïnteresseerd in het formuleren van grote, definitieve conclusies over mannelijkheid. Het verzamelt verhalen, onderzoekt ervaringen en laat het publiek vervolgens zelf nadenken.

De schrijver kijkt mee

De aanwezigheid van Hendrik de Pecker geeft de voorstelling nog een extra laag. Hij leest niet alleen de regieaanwijzingen voor, maar is als schrijver en ervaringsdeskundige voortdurend aanwezig bij de vertolking van zijn eigen geschiedenis.

Af en toe zoeken Hendrikx en De Pecker oogcontact. Alsof de acteur even wil controleren: zo ging het toch?

Dat zijn kleine momenten, maar ze maken het verhaal tastbaar. We kijken niet alleen naar een personage dat iemand heeft bedacht. Er zit iemand naast het podium voor wie deze herinneringen onderdeel zijn van zijn eigen leven.

Regisseur Greg Nottrot houdt de enscenering sober. Het publiek zit rondom een vierkant speelvlak, waarboven een groot aantal lampen hangt. Die verlichting speelt een belangrijke rol in de vertelling. Soms wordt de hele ruimte zichtbaar, dan weer wordt slechts een klein gedeelte uitgelicht. Zo kunnen de acteurs midden op het podium toch even helemaal alleen zijn, zonder dat de ander daadwerkelijk hoeft te verdwijnen.

Het is een eenvoudige maar doeltreffende manier om de voortdurende tijdsprongen en perspectiefwisselingen vorm te geven.

Wel vraagt de voorstelling behoorlijk wat concentratie. Er wordt ontzettend veel gesproken en de tekst draagt vrijwel de hele avond. Wie vooral op zoek is naar visueel spektakel, zal hier misschien minder aan zijn trekken komen. Toch zou ik Als vader vechten is ook aanraden aan mensen die nog niet vaak naar toneel gaan. Want hoewel de vorm even wennen is, zijn de vragen die de voorstelling stelt voor vrijwel iedereen herkenbaar.

Een traditie die je niet kunt bedenken

Een van de ontroerendste elementen is hoe Telemachus en zijn moeder na het overlijden van zijn vader proberen om verder te leven. Niet door het verdriet achter zich te laten, maar door er een plek voor te vinden.

Op een gegeven moment ontstaat het idee om een familietraditie te bedenken. Maar kun je zoiets eigenlijk wel bedenken? Tradities ontstaan toch gewoon? En toch besluiten ze iets te verzinnen: kreeft eten. Omdat zijn vader in kreeft is gestikt.

Het is even absurd als aandoenlijk. Een pijnlijke herinnering wordt omgevormd tot iets wat hen met elkaar verbindt. En misschien is dat wel wat rouw soms is. Niet het vergeten van iemand, maar het vinden van nieuwe manieren om diegene onderdeel van je leven te laten blijven.

Wanneer Telemachus uiteindelijk zelf vader wordt, komt er nog een vraag bij. Hoe word je een goede vader wanneer je zelf nauwelijks hebt kunnen ervaren hoe dat is?

Natuurlijk kun je je eigen invulling aan ouderschap geven. Misschien biedt het ontbreken van een voorbeeld zelfs een zekere vrijheid. Maar het betekent ook dat je op zoek moet naar antwoorden die je niet meer aan je eigen vader kunt vragen.

Het gesprek gaat verder aan tafel

Beeld: Bo van Veen

Wie Het NUT kent, weet dat de voorstelling niet ophoudt wanneer het applaus klinkt. Samen eten en met elkaar in gesprek gaan zijn een wezenlijk onderdeel van de theaterervaring.

Ook deze keer schuiven bezoekers aan lange tafels aan. Ik zat voornamelijk tussen mensen die zelf al ouder waren. We spraken over hun kinderen, over de keuzes die ze als ouders maken en over hoe je die rol eigenlijk invult. Soms ging het gesprek over heel andere dingen. Maar de voorstelling bleef ergens op de achtergrond aanwezig.

Dat is misschien wel de grootste kracht van deze opzet. Je hoort niet alleen het verhaal van iemand anders, maar krijgt ook de kans om je eigen ervaringen naast die van anderen te leggen.

Na afloop was er bovendien een gesprek met een bonusvader, een man die al jarenlang zorgt voor de drie dochters van zijn partner. Opnieuw een ander perspectief op vaderschap. Want een vader is niet noodzakelijk degene van wie je biologisch afstamt. Het kan ook degene zijn die er voor je is, die verantwoordelijkheid neemt en die blijft.

Als vader vechten is geeft geen pasklare antwoorden op de vraag wat een goede vader is. En gelukkig maar. Het laat zien dat ouderschap soms bestaat uit onzekerheid, onvermogen en fouten maken. Maar ook uit liefde, zorg en de moed om het toch te proberen.

Ik dacht na afloop aan mijn eigen vader. Aan hoeveel hij voor me doet, vaak zonder dat daar veel woorden aan vuil worden gemaakt. Deze week komt hij weer helpen in mijn huis. Waarschijnlijk drinken we koffie of thee, praten we over van alles en nog wat en gaan we daarna gewoon weer verder met de dag.

Maar misschien kijk ik dan toch even anders naar hem.

Want wat moet je toch zonder je vader? En misschien nog belangrijker: hoe vaak vertellen we hem eigenlijk dat we blij zijn dat hij er is?



Vorige
Vorige

Cabaret: blijven dansen tot het licht uitgaat

Volgende
Volgende

Voor Haar: Soy Kroon laat zien hoe mooi de Nederlandse kleinkunst kan zijn