In ‘De Graanrepubliek’ valt alles waar Zummerbühne voor staat op zijn plek

★★★★★

Met De Graanrepubliek maakt Zummerbühne zijn beste voorstelling tot nu toe. Midden in de Oost-Groningse graanvelden komen landschap, regionale geschiedenis en menselijk drama samen in monumentaal muziektheater dat geen moment zijn helderheid verliest.

Foto’s: Reyer Boxem

Wanneer je richting Oostwold rijdt, begint de voorstelling eigenlijk al voordat er één acteur heeft gesproken. Langs de weg staan de kapitale boerderijen van de herenboeren die ooit fortuinen verdienden aan het Oost-Groningse graan. Het land strekt zich eindeloos voor je uit. Aan de horizon lijkt de aarde werkelijk te krommen. En midden in dat landschap wacht het publiek een verhaal dat hier niet alleen wordt gespeeld, maar uit deze grond lijkt te zijn opgetrokken.

Ik volg Zummerbühne vanaf de eerste voorstelling en heb alle vijf de producties gezien. Iedere zomer probeert het gezelschap de geschiedenis van Groningen te verbinden aan een grootschalige muziektheatervoorstelling op locatie. Soms ligt daarbij de nadruk op spektakel, soms op mythevorming en soms op een bijna filmisch familieverhaal. In De Graanrepubliek valt alles waar Zummerbühne voor staat voor het eerst volledig samen. Het spel, de muziek, het landschap en het verhaal over de regio versterken elkaar voortdurend. Geen overbodige poespas, geen vorm die harder roept dan de inhoud. Dit is Zummerbühne in zijn meest complete vorm.

Tekstschrijver en regisseur Tom de Ket baseerde de voorstelling op het gelijknamige boek van Frank Westerman en concentreert zich voornamelijk op de periode tussen de landarbeidersstaking van 1929 en de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Centraal staan twee families. De familie Barkhof behoort tot de rijke herenboeren, terwijl het gezin Staak voor hen werkt en volledig van hen afhankelijk is. Wanneer landarbeider Ludo Staak het voortouw neemt in de strijd voor hogere lonen, komen niet alleen twee maatschappelijke klassen tegenover elkaar te staan. Ook de verhoudingen binnen beide gezinnen raken ontwricht.

Dat klinkt als een geschiedenisles met veel jaartallen, ideologieën en agrarische ontwikkelingen. Toch is de tekst juist uitzonderlijk helder. De Ket probeert niet met omwegen te imponeren en vertrouwt op de kracht van het verhaal. Hij maakt de maatschappelijke ontwikkelingen begrijpelijk zonder ze plat te slaan en laat voortdurend zien wat grote politieke bewegingen betekenen voor individuele levens. Communisme, fascisme, mechanisering en klassenstrijd blijven geen abstracte begrippen: ze komen terecht aan de keukentafel, tussen de arbeiders, tussen een vader en zijn kinderen en in de liefde tussen twee jonge mensen die volgens hun omgeving nooit bij elkaar kunnen horen.

Lotte Dunselman speelt daarin als verteller een belangrijke en noodzakelijke rol. Ze leidt het publiek door de historische ontwikkelingen, maar staat nooit als een afstandelijke geschiedenisdocent naast het verhaal. Dunselman vertelt met een grote emotionele betrokkenheid en beweegt soepel tussen uitleg en spel. Ze helpt ons begrijpen wat er gebeurt, zonder alvast te bepalen wat we ervan moeten vinden. Dat laatste is belangrijk, want De Graanrepubliek weigert de geschiedenis terug te brengen tot een eenvoudig verhaal van goede arbeiders tegenover slechte boeren.

Natuurlijk is de ongelijkheid nauwelijks te bevatten. De herenboeren leven in rijkdom, terwijl de mensen die hun land bewerken nauwelijks genoeg verdienen om hun gezin te voeden. Wanneer de landarbeiders worden uitbetaald, wordt het geld letterlijk voor hun voeten geworpen. De machtsverhouding kan bijna niet duidelijker worden verbeeld. Toch maakt De Ket ook zichtbaar hoe mensen verstrikt raken in het systeem waaraan zij hun positie ontlenen. Dat maakt hun handelen niet minder verwerpelijk, maar de personages wel interessanter.

Vooral de vrouwen geven het verhaal zijn emotionele gelaagdheid. Terwijl de mannen spreken over strijd, bezit, vooruitgang en ideologie, proberen zij de gevolgen daarvan op te vangen. Rosa da Silva is indrukwekkend als Jantje Staak, die haar gezin bij elkaar probeert te houden terwijl haar man steeds verder opgaat in zijn activisme. Haar angst is niet politiek theoretisch, maar concreet: wat gebeurt er met haar kinderen als Ludo zijn werk, inkomen en uiteindelijk zichzelf verliest? Da Silva speelt haar niet als een vrouw zonder idealen, maar als iemand die begrijpt dat principes een hoge prijs krijgen wanneer je nauwelijks iets bezit.

Aan de andere kant van de klassenstrijd staat Hermina Barkhof, sterk gespeeld door Gusta Geleijnse. Zij kan neerbuigend en wreed zijn tegenover het personeel, maar wordt geen karikatuur van de gevoelloze elite. Hermina gelooft werkelijk in de beschaving en orde die haar klasse volgens haar vertegenwoordigt. Juist doordat Geleijnse haar die overtuiging meegeeft, wordt ze ongemakkelijk geloofwaardig. Je begrijpt hoe iemand zichzelf als beschaafd kan blijven zien terwijl zij een onmenselijk systeem verdedigt.

Tussen beide families beweegt Aletta, de dochter van de familie Staak. Shelley Bos maakt haar verlangen naar een ander leven tastbaar. Aletta wil zingen, leren en ontsnappen aan de toekomst die bij haar afkomst lijkt te horen. Haar liefde voor Tjark Barkhof, gespeeld door Jip van den Dool, biedt even het uitzicht op een wereld waarin klasse niet allesbepalend hoeft te zijn. Maar hun relatie kan de werkelijkheid niet buiten de deur houden. Aletta wordt verscheurd tussen haar liefde, haar loyaliteit aan haar familie en het besef dat de rijkdom van de Barkhofs bestaat dankzij de uitbuiting van mensen zoals haar ouders.

De manier waarop Koert, de kwetsbare zoon van de familie Staak, in het conflict wordt meegesleurd, maakt pijnlijk duidelijk dat geweld zich nooit netjes beperkt tot de mensen die ervoor kiezen. Corné Kosse speelt hem zonder effectbejag. Wanneer de staking verhardt en onderkruipers worden ingezet om het werk over te nemen, verandert collectieve strijd langzaam in een situatie waarin de grens tussen verzet en vergelding vervaagt. Koert wordt daar een van de eerste slachtoffers van.

Het graanveld rondom de tribune is ondertussen veel meer dan een fraaie achtergrond. Het wordt een personage in de voorstelling. Overdag gloeit het goudgeel; gedurende de avond verandert het landschap door het lichtontwerp van Guido van den Hof steeds van betekenis. Het land kan vruchtbaar en verleidelijk zijn, maar ook dreigend en onverschillig. Het vertegenwoordigt rijkdom, arbeid, bezit en thuis. Iedereen strijdt om dezelfde grond, maar niet iedereen profiteert van wat die voortbrengt.

Juist daarom is de komst van de landbouwmachines zo’n sterk theatraal en inhoudelijk moment. De arbeiders staken om een rechtvaardiger loon af te dwingen, maar versnellen daarmee onbedoeld de mechanisering van het werk. De machines maken de herenboeren minder afhankelijk van menselijke arbeid en dus de arbeiders steeds makkelijker vervangbaar. Wat bedoeld was als emancipatie, helpt uiteindelijk een ontwikkeling op gang die hun positie verder verzwakt.

Die paradox maakt de voorstelling opvallend actueel. Bij hedendaagse gesprekken over automatisering en kunstmatige intelligentie klinkt dezelfde belofte dat technologie ons werk lichter zal maken, terwijl werknemers tegelijkertijd vrezen dat hun werk helemaal verdwijnt. Ook de discussies over boerenprotesten, landbouwbeleid en de groeiende kloof tussen arm en rijk klinken door in het verhaal. De Graanrepubliek legt die verbindingen gelukkig niet uit met een dikke markeerstift. De overeenkomsten met het heden ontstaan vanzelf.

Na de Tweede Wereldoorlog kantelen de machtsverhoudingen definitief. De Barkhofs worden vanwege hun banden met de NSB ter verantwoording geroepen en de onderdrukten krijgen plotseling de mogelijkheid om zelf te oordelen. Het is verleidelijk om die afrekening als gerechtigheid te ervaren. De voorstelling heeft immers uitgebreid laten zien hoeveel vernedering, armoede en geweld aan dit moment voorafgingen. Maar zodra de familie Staak het recht in eigen hand neemt, wordt zichtbaar hoe snel rechtvaardigheid in wraak kan veranderen.

Het slot legt vervolgens ook de betrouwbaarheid van het verhaal zelf open. Wat jarenlang als waarheid is doorgegeven, blijkt niet vrij van leugens, weggelaten feiten en persoonlijk belang. Daarmee verandert de voorstelling op het laatste moment van een geschiedenis over daders en slachtoffers in een onderzoek naar de manier waarop die rollen worden vastgelegd. Wie bezit niet alleen het land, maar ook het verhaal over dat land? Wie wordt geloofd? En hoeveel geweld kan achter een collectief gedragen versie van het verleden verdwijnen?

Het is een gewaagde wending, omdat het publiek daarmee ook zijn eigen sympathieën opnieuw moet onderzoeken. Begrip voor de woede van onderdrukte mensen is nog geen vrijbrief voor alles wat uit die woede voortkomt. Tegelijkertijd maakt één gruwelijke daad de structurele uitbuiting die eraan voorafging niet ongedaan. De voorstelling kiest niet alsnog voor een makkelijke middenweg waarin iedereen even schuldig is. Ze laat zien dat daderschap en slachtofferschap kunnen verschuiven zonder dat de oorspronkelijke machtsverschillen daarmee verdwijnen.

Dat De Graanrepubliek zoveel geschiedenis, politiek en persoonlijk drama bevat en toch nergens wezenlijk aan kracht verliest, is een enorme prestatie. De grote scènes met de stakers, rode vaandels en het ensemble hebben de schaal die je van Zummerbühne verwacht. Maar het spektakel blijft steeds in dienst staan van mensen van vlees en bloed. De voorstelling is nooit alleen groot om groot te zijn.

Na vijf zomers weet Zummerbühne beter dan ooit wat locatietheater kan doen. Je kunt dit verhaal niet losmaken van het graan waarin het wordt gespeeld, van de boerderijen waar je onderweg langsrijdt of van de politieke geschiedenis die nog altijd in het Oldambt leeft. De Graanrepubliek brengt het verleden niet naar een willekeurig podium, maar brengt het publiek naar de plek waar dat verleden nog in het landschap geschreven staat.

Het resultaat is overweldigend muziektheater dat helder durft te zijn zonder eenvoudig te worden. Een voorstelling over klassenstrijd, maar ook over familie, liefde, technologische vooruitgang en de verleidelijke kracht van een verhaal waarin wijzelf vanzelfsprekend aan de goede kant staan. Zummerbühne heeft eerder laten zien hoe groots Groningen kan zijn. Met De Graanrepubliek laat het gezelschap zien hoe diep die grond kan spreken.



Volgende
Volgende

The Little Big Things zoekt de kracht van de kleine dingen